Spoorwegovergang

2-2-2011
Het bijna-ongeval op de spoorwegovergang houdt de gemoederen bezig! De wijkraad voert hierover overleg met de gemeente en dringt aan op een informatieavond voor de bewoners. Voor informatie kunt u de website van de gemeente raadplegen.

Algemeen
De spoorwegovergangen bij de Leijen en bij de Soestdijkseweg zorgen dagelijks voor veel oponthoud voor het verkeer en de veiligheid laat ernstig te wensen over. Ook is de bereikbaarheid voor de nooddiensten (brandweer, politie, ambulance) slecht. Tenslotte wordt hierdoor Bilthoven in tweeën gesplitst en de ontwikkeling van het centrum en het Inventum-terrein geremd, doordat er geen duidelijkheid is hoe het probleem met de spoorwegovergangen moeten worden aangepakt.

In het verleden zijn er meerdere onderzoeken gedaan om een oplossing te zoeken voor dit probleem.

De oplossingen tot nu toe hebben zich met name gericht op ongelijkvloerse kruisingen van de wegen onder het spoor door. Vanwege de grote bezwaren van bewoners en ondernemers tegen met name de inpassing van deze ondertunnelingen en de wensen van de politiek is er in opdracht van het BRU (Bestuursregio Utrecht) in samenwerking met de gemeente de Bilt en Zeist een nieuwe studie gestart naar een variant waarin het spoor verdiept wordt. De studie is uitgevoerd door het adviesbureau Movares.

Bij dit onderzoek is een klankbordgroep gevormd waarin wijkraad de Leijen zitting had. Andere deelnemers waren de bewonersvereniging Bilthoven-Noord, BOF (Biltse Ondernemers Federatie), Hart voor Bilthoven en de werkgroep spoor uit Den Dolder. In het onderzoek zijn in eerste instantie drie varianten onderzocht:

  • een traditionele tunnelbak die aan de bovenzijde open is
  • een traditionele dichte tunnelbak
  • een geboorde tunnel

Tijdens het onderzoek kwam een vierde variant te voorschijn: de dubbeldeksvariant.

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat een open of een dichte tunnelbak zeer moeilijk te realiseren is, doordat naast het spoor aan één zijde een strook van 25 tot 30 meter nodig is om de bak te kunnen bouwen (het treinverkeer moet immers gewoon doorgaan tijdens de bouw). Deze ruimte ontbreekt op heel veel plaatsen. Meerdere huizen en bedrijven zouden hiervoor gesloopt moeten worden. Daarnaast is er jarenlange enorme bouwoverlast midden in de bebouwde kern van Bilthoven. Een open tunnelbak kent daarnaast nog als extra nadeel dat het dorp nog in tweeën gesplitst blijft.

Een geboorde tunnel kent veel eerder genoemde nadelen niet. Er is slechts overlast bij de ingangen van de tunnel. Aan beide zijden van de geplande tunnel is ruimte om een ingangsschacht te bouwen zonder al te veel overlast. Deze variant is naar het oordeel van de klankbordgroep als enige serieus te overwegen.

Tunnels kennen echter ook een aantal nadelen. Zo worden de stations ook ondergronds en moeten hiervoor lange trappen/ liften worden gebouwd. Ook zijn de stations minder sociaal veilig en moeten de stations iets worden verplaatst ten opzichte van nu, om de oude stationsgebouwen te behouden (monument).

In de loop van het onderzoek is er nog een knelpunt naar voren gekomen. Tussen Den Dolder en Bilthoven loopt een extra spoor dat gebruikt wordt om een trein op te stellen bij vertragingen. In de praktijk blijkt dat dit spoor regelmatig wordt gebruikt. Hierdoor zou er een ingewikkelde en kostbare constructie moeten worden gemaakt om dit spoor op de overige sporen onder de grond aan te sluiten. Om deze reden is er besloten om een extra variant te onderzoeken.

In deze variant wordt er een tunnelbuis geboord voor het doorgaande treinverkeer zonder stations. Het huidige bovengrondse spoor met zijn stations blijft liggen. Hierdoor zal de overwegproblematiek vrijwel geheel worden opgelost. De wachttijden bij het spoor zijn dan vele malen minder doordat meer dan de helft van het aantal treinen verdwijnt en de spoorbomen veel minder lang gesloten hoeven te worden (alle treinen rijden langzaam voorbij omdat ze stoppen). Doordat ook de treinen langzamer rijden wordt de veiligheid ook sterk verhoogd. Daarnaast is er aanzienlijk meer capaciteit voor het spoor beschikbaar waardoor de frequentie van de treinen die in Bilthoven stoppen kan worden verhoogd. Tenslotte komt er ruimte vrij om eventueel een extra station (Bilthoven-west) te realiseren. Deze oplossing lost het probleem niet geheel op maar vermindert de problemen wel aanzienlijk.

Met alle resultaten uit de onderzoeken heeft de klankbord geconcludeerd dat de eerste voorkeur uit gaat naar een geboorde ondergrondse tunnel waarbij het spoor geheel verdwijnt. Vanwege de kostbare aanpassing die er moet worden gedaan voor het wachtspoor tussen Den Dolder en Bilthoven en de dure ondergrondse stations moet naar ons idee indien dit niet haalbaar is een geboorde tunnel voor alleen het doorgaand treinverkeer overwogen worden.

Zoals bij alle tunnels gaat het om een zeer kostbare ingreep waar geen geld voor klaar ligt. Prorail (als verantwoordelijke voor de spoorinfrastructuur) heeft van het Ministerie geld gekregen voor het opheffen van de spoorwegovergangen in Bilthoven en Den Dolder. Dit geld (ca. 25 miljoen) is genoeg om de weg voor twee van de drie overwegen in Bilthoven en Den Dolder onder het spoor door te leiden.

De kosten van een geheel verdiepte ligging van het spoor zijn vele malen hoger (300-500 miljoen euro exclusief voorbereiding, engineering, kosten opdrachtgever, grondverwerving en planschade (minder bij een boortunnel). Uit de gesprekken die hebben plaats gevonden tussen het BRU en het Ministerie van Verkeer & Waterstaat (DGP) is ook naar voren gekomen dat de eerste 25 jaar geen gelden hoeven te worden verwacht. Het vrijmaken van geld voor een tunnel zal uitsluitend mogelijk zijn wanneer ook andere belangen zoals de leefbaarheid worden meegenomen in de afweging en er ook andere Ministeries zullen bijdragen.

Voor de wijkraad was dit een reden om los van deze studie nog eens te onderzoeken wat nu exact de gevolgen zijn van een ongelijkvloerse kruising onder het spoor door. Een dergelijke oplossing is aanzienlijk goedkoper en hierdoor is de kans dat dit kan worden gerealiseerd groter.

Een plaatselijke ondertunneling zorgt voor zowel bij de Leijenseweg maar vooral bij de Soestdijkseweg voor grote problemen. Deze problemen worden voornamelijk veroorzaakt door de lange op- en afritten die nodig zijn (ca. 100- 120 meter).

Bij een eerste verkenning hebben wij al de volgende problemen geconstateerd.

Bij de Leijenseweg is er geen mogelijkheid meer om de Anne Franklaan aan te sluiten op de Leijenseweg. Ook zal de inpassing niet gemakkelijk gaan om geen lelijke grote betonnen bak in de Leijen te krijgen. Daar waar deze tunnels zijn gebouwd blinken ze niet uit in schoonheid zeker na 10-20 jaar. Ook is het hoogteverschil wat moet worden overbrugd voor fietsers en voetgangers een groot nadeel. Tenslotte is de sociale veiligheid van een tunnel onder het spoor vele malen slechter dan bij een gelijkvloerse overweg.

Bij de Soestdijkseweg zijn de problemen nog groter. De aansluiting van de Jan Steenlaan op de Soestdijkseweg komt te vervallen. De parallel gelegen van Ostadelaan gebruiken als ontsluiting voor de Leijen is geen optie omdat deze straat hier absoluut ongeschikt voor is. Dit houdt in dat de Leijen met ca. 6000 inwoners en diverse bedrijven alleen via de Leijenseweg wordt ontsloten, dit is onaanvaardbaar. Alleen wanneer diverse woningen worden gesloopt bij de Jan Steenlaan is het mogelijk om een nieuwe alternatieve weg richting de Leijen aan te leggen.

Ook is de inpassing hier een groot probleem. Ook hier zal het niet makkelijk zijn om een dergelijk grote betonnen bak in te passen in het centrum van Bilthoven. Daarnaast moeten de perrons opschuiven richting het westen om ruimte te maken. Tenslotte vormt een dergelijke betonnen bak een extra barrière in het dorp.

Uiteraard kent ook een verkeerstunnel bij de Soestdijkseweg dezelfde nadelen ten aanzien van het te overbruggen hoogteverschil en de sociale veiligheid.

Geconcludeerd mag worden dat alleen een verdiepte ligging van het spoor een echte oplossing biedt. Hier is echter op korte termijn geen geld voor beschikbaar. De voordelen van verdiept spoor en de problemen met een ongelijkvloerse kruising moeten dus nadrukkelijker naar voren komen in een afweging door de politiek. Indien alsnog zal worden besloten om alleen te voorzien in ongelijkvloerse kruisingen dan moet er een goede oplossing worden gevonden voor de genoemde problemen. De ontwerpen die tot nu toe zijn gepresenteerd schieten hierin ernstig tekort waardoor hiervoor geen draagvlak is te vinden. Omdat deze ontwerpen lang niet alle problemen oplossen kunnen de kosten ook niet 1 op 1 worden vergeleken met een geheel verdiepte variant van het spoor.

Wat er ook wordt besloten, de tijd die nodig is om alle procedures te doorlopen en de constructie te bouwen zal vele jaren bestrijken. Om deze reden maken wij ons hard dat er op korte termijn naar de spoorwegovergangen moet worden gekeken of hier geen aanpassing mogelijk is. De huidige situatie is dusdanig van aard dat er nu al actie moet worden ondernomen. Wij zijn niet overtuigd dat er niets aan de afstelling van de spoorbomen en de veiligheid verbeterd kan worden (zeker wanneer er een storing aan de bomen is en mensen langs de bomen gaan lopen) en zullen hiervoor als wijkraad actie op ondernemen. Wij houden u op de hoogte!